(1948-2005)
 
Na de verwoesting van het Friedrichs-orgel wordt eind 1945 een orgelfonds opgericht door burgemeestersvrouw Royaards en haar dochter. Zij deden dat met een donatie van 1.000 gulden. Extra collectes en een intekenlijst zouden de stand van het fonds al snel op 6.000 gulden brengen.
 

 http://livepage.apple.com/

Mede door financiële steun vanuit de Hervormde gemeenten van Oud- en Nieuw-Beijerland, Puttershoek, Klaaswaal en Goudswaard kon de firma J. de Koff en Zoon uit Utrecht in 1948 beginnen met de bouw van het orgel. De uiteindelijke kosten bedroegen 21.000 gulden.


Het orgel kreeg een mechanische tractuur, met pneumatische kegelladen voor de Sesquialter en de Kromhoorn van Manuaal II en voor C tot en met f1 van de Bourdon 16'. De klaviatuur werd aan de linkerzijkant van het instrument ingebouwd. Het orgel stond in een zogenoemde halfopen opstelling.


Het grootste deel van de frontpijpen was sprekend. Aanvankelijk zouden de frontpijpen en een deel van het binnenpijpwerk (tot viervoetshoogte) van zink worden gemaakt. Uiteindelijk is de kerkvoogdij ingegaan op het voorstel van de toenmalige adviseur, Piet van Amstel uit Delft, om het front en zoveel mogelijk binnenpijpwerk van orgelmetaal te laten maken.


De opstelling van de frontpijpen vertoont overigens een opvallende overeenkomst met die van het Walcker-orgel (1937) in de Gereformeerde Kerk te Meppel.

Bij de bouw van het orgel heeft De Koff gebruik gemaakt van oudere onderdelen, afkomstig uit het Witte-orgel van de Hervormde Kerk van Werkendam (1865). Dit orgel was door oorlogshandelingen onherstelbaar beschadigd geraakt. De windladen van Manuaal I en II, delen van de registermechaniek, een magazijnbalg, en de veertien grootste houten pijpen van de Holpijp 8' bleken nog bruikbaar en vonden een plaats in het De Koff-orgel.


Op 28 september 1948 wordt het orgel voor het eerst tijdens de dienst bespeeld. Helemaal gereed is het nog niet. In december van dat jaar wordt nog de Bazuin 16 van het pedaal geplaatst. Op 28 maart 1949 ontvangt de kerkvoogdij de melding van De Koff dat het orgel gereed is.


Het instrument is, op een uitbreiding met een tremulant op Manuaal I in 1986 na, verder ongewijzigd gebleven. In 2002 werd besloten het orgel te vervangen door een nieuw instrument van Adema's Kerkorgelbouw. Begin juli 2005 werd het De Koff-orgel gedemonteerd om deels te worden hergebruikt in het nieuwe Adema-orgel.

MANUAAL I C-f3


Bourdon 16

Prestant 8

Roerfluit 8

Quintadeen 8

Octaaf 4

Fluit 4

Quint 2 2/3

Octaaf 2

Mixtuur 3-4-5 sterk

Cornet 5 sterk

Trompet 8

Tremulant


MANUAAL II C-f3



Vioolprestant 8

Holpijp 8

Viola da Gamba 8

Voix Celeste

Prestant 4

Roerfluit 4

Gemshoorn 2

Sesquialter 2 2 /3 + 1 3/5

Kromhoorn

Tremulant


PEDAAL C-f1


Subbas 16

Gedektbas 16

Octaafbas 8

Koraalbas 4

Bazuin 16


KOPPELS


Pedaalkoppel I

Pedaalkoppel II

Manuaalkoppel I + II

Sleeplade 1865 C.G.F. Witte, uit Hervormde Kerk te Werkendam


C-f1,grenen, op pneumatische lade; rest metaal gedekt, op hoofdwerklade

F-f0 in front, geheel metaal

C-H hout gedekt, rest metaal gedekt met roeren

C-H in Roerfluit 8, rest metaal gedekt; c-h kastbaarden, c1-f3 zijbaarden

metaal

c-f2 metaal gedekt, rest open conisch

metaal

metaal

metaal

discant; op verhoogde banken; achtvoetskoor gedekt, rest open

geheel metaal, gis2-f3 dubbele bekerlengte

pneumatische tremulant, geplaatst in 1986


Sleeplade C.G.F. Witte, uit Hervormde Kerk te Werkendam, met kantsleep van De Koff, Sesquialter en Kromhoorn op bijzetlade (pneumatische kegellade)


C-d0 in front; metaal

C-c#0 eiken gedekt, C.G.F. Witte (Werkendam); rest De Koff metaal gedekt

geheel metaal, open; met expressions

af c0; metaal; C-g1 onderfreins; g#1-h1 zijbaarden; met expressions

metaal; in mensurering aansluitend bij Vioolprestant

C-g2 gedekt, rest conisch open; metaal

conisch open; metaal

metaal

metaal; c1-f3 bekers met inoneerringen



Sleeplade, waarschijnlijk De Koff 1948, doch vermoedelijk van oudere datum


grenen, gedekt; ronde opsneden

pneumatische transmissie van Bourdon 16 (manuaal I)

C-f0 zink, rest metaal; geheel voorzien van zijbaarden

metaal; C-h0 met zijbaarden

stevels en bekers C-h0 zink; koppen en bekers c1-f1 metaal

SAMENSTELLING VULSTEMMEN


Mixtuur 3-4-5 sterk

C                               1 1/3 - 1 - 2/3

G                           2 - 1 1/3 - 1 - 2/3

g0      2 2/3 -             2 - 1 1/3 - 1

g1  4 - 2 2/3 -         2 - 2 - 1 1/3

g2  4 - 2 2/3 - 2 2/3 - 2 -     1 1/3


Cornet 5 sterk discant

c1  8 - 4 - 2 2/3 - 2 - 1 3/5


Sesquialter 2 sterk

C   2 2/3 - 1 3/5

DISPOSITIE

Van het De Koff-orgel is voor en tijdens de demontage een uitgebreid fotoverslag gemaakt. Lees meer >

Mede door financiële steun vanuit de Hervormde gemeenten van Oud- en Nieuw-Beijerland, Puttershoek, Klaaswaal en Goudswaard kon de firma J. de Koff en Zoon uit Utrecht in 1948 beginnen met de bouw van het orgel. De uiteindelijke kosten bedroegen 21.000 gulden.


Het orgel kreeg een mechanische tractuur, met pneumatische kegelladen voor de Sesquialter en de Kromhoorn van Manuaal II en voor C tot en met f1 van de Bourdon 16'. De klaviatuur werd aan de linkerzijkant van het instrument ingebouwd. Het orgel stond in een zogenoemde halfopen opstelling.


Het grootste deel van de frontpijpen was sprekend. Aanvankelijk zouden de frontpijpen en een deel van het binnenpijpwerk (tot viervoetshoogte) van zink worden gemaakt. Uiteindelijk is de kerkvoogdij ingegaan op het voorstel van de toenmalige adviseur, Piet van Amstel uit Delft, om het front en zoveel mogelijk binnenpijpwerk van orgelmetaal te laten maken.


De opstelling van de frontpijpen vertoont overigens een opvallende overeenkomst met die van het Walcker-orgel (1937) in de Gereformeerde Kerk te Meppel.