(1822-1945)

 

Als opperkerkmeester en Heer van Scherpenzeel, Petrus Johannes van Naamen, eind 1817 te kennen geeft een orgel te willen schenken aan de Hervormde gemeente, gaat een einde komen aan een orgelloze periode in Scherpenzeel. Van Naamen heeft een budget van 2.000 gulden in gedachten. Transportkosten, schilder- en timmerwerk en de logies van de orgelbouwer komen voor rekening van de kerkelijke gemeente. In Scherpenzeel wordt het aanbod met enthousiasme begroet.


Aanvankelijk wordt gezocht naar een gebruikt orgel. Daarvoor wordt in 1818 contact gezocht met A. Kupers uit Deventer die twee orgels te koop aanbiedt. Kupers kan echter niet op het vertrouwen van de kerkmeesters rekenen.


Een jaar later, augustus 1819, doet Johann Caspar Friedrichs, orgelbouwer te Gouda, per brief een aantal aanbiedingen van zowel gebruikte als nieuwe orgels. Van de eerste categorie worden orgels gevonden in ’s-Gravenhage, Naarden en Delft. Het orgel in Delft lijkt het meest geschikt te zijn voor Scherpenzeel.

Een nieuw Friedrichs-orgel


Toch wordt in 1820 besloten om Friedrichs voor 2.400 gulden een nieuw orgel te laten bouwen. In april 1822 wordt het van Gouda naar Scherpenzeel getransporteerd om te worden opgebouwd op een nieuwe, door een plaatselijke timmerman gemaakte galerij.

Donderdag 4 juli 1822 om tien uur ’s ochtends wordt het orgel in een bijzondere dienst in gebruik genomen. De inspeling wordt verzorgd door Johannes Sebastiaan van Naamen, zoon van de schenker van het orgel. De dienst wordt geleid door ds. Van den Broek die bij deze gelegenheid preekt over Psalm 100 vers 4. De dienst wordt verder opgeluisterd met extra voor-, tussen- en slotzang. In toespraken en gedichten worden de schenkers, Petrus Johannes van Naamen en Machtelina Sophia van Naamen geb. Hooft, de nodige lof toegezwaaid:

Zo wel de Boeren als Dorpellien
Laten hier haar blijdschap zien
En danken nu verheugd te zamen
den WelEd. Heer en Vrouw van Namen



Dispositie (1822)

Hoofdmanuaal C-f3

Prestant 8

Bourdon 16 discant

Holpijp 8

Octaaf 4

Fluit gedekt 4

Quint prest. 3

Octaaf 2

Cornet 4 sterk

Mixtuur 3-4-5 sterk

Trompet 8 discant

Fagot 8 bas

Rugwerk C-f3

Prestant 4

Holpijp 8

Prestant 8 discant

Nachthoorn 4

Octaaf 2

Tremulant

Pedaal C-e1

Aangehangen

Lotgevallen

Het onderhoud van het orgel zal nog kort bij J.C. Friedrichs blijven. Na zijn overlijden in 1825 wordt het voortgezet door door B.J. Gabrij Azn uit Gouda. Als het orgel in 1846 een grote schoonmaakbeurt moet ondergaan doet Gabrij een aantal voorstellen voor verbeteringen waaronder het bijplaatsen van de bas van de Bourdon 16. Het blijft in 1849 echter bij schoonmaak- en herstelwerk. In 1939 wordt het orgel gedemonteerd vanwege een ingrijpende kerkrestauratie. Bij plaatsing op de nieuwe galerij aan de torenmuur worden de vleugelstukken aan weerszijden van de hoofdkast verwijderd. De kas krijgt een blauwgroene kleur.

Lang heeft de situatie zoals afgebeeld op de foto hiernaast niet bestaan: in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog wordt de kerktoren door de Duitse bezetters opgeblazen. Op de avond van zondag 22 april 1945 worden de toren en een groot deel van het schip van de kerk, en daarmee het Friedrichs-orgel, verwoest.

Op de foto van de puinhopen van het Friedrichs-orgel zijn links nog de conducten van pneumatiek te zien. Het orgel moet dus in de twintigste eeuw een wijziging of uitbreiding hebben ondergaan. Waarschijnlijk (maar dat moet nog uit onderzoek blijken) is het orgel bij de opbouw in de gerestaureerde kerk in 1939 uitgebreid met een zelfstandig pedaal op een pneumatische lade en is een aantal stemmen van het rugwerk vervangen.

Onderstaand afgebeelde pijnappel is afkomstig van het oude Friedrichs-orgel. Het ornament bevond zich onderaan een van de spitse zijtorens van het rugwerk. Onder de later aangebrachte blauwgroene kleur zijn restanten van de oude roomkleurige verflaag te ontdekken. Dit stuk is het enige overblijfsel van het orgel wat zich in het archief van de Hervormde Gemeente bevindt. Daarnaast zouden diverse (Scherpenzeelse) particulieren in bezit zijn van onderdelen, zoals onderstaande wapenschilden van de toenmalige schenkers van het orgel Van Naamen en Van Naamen-Hooft (v.l.n.r.).

In 1949 verstrekt de firma De Koff uit Utrecht, die het orgel in onderhoud had, de kerkvoogdij een opgave van de dispositie ten behoeve van het restauratiefonds van de Nederlandse Hervormde Kerk. (afbeelding rechts)

In de periode 1945-1948 wordt gewerkt aan de wederopbouw van de kerk. De firma J. de Koff en Zoon krijgt in 1946 de opdracht een  nieuw orgel te bouwen.

In 1949 verstrekt de firma De Koff uit Utrecht, die het orgel in onderhoud had, de kerkvoogdij een opgave van de dispositie ten behoeve van het restauratiefonds van de Nederlandse Hervormde Kerk. (afbeelding rechts)


In de periode 1945-1948 wordt gewerkt aan de wederopbouw van de kerk. De firma J. de Koff en Zoon krijgt in 1946 de opdracht een  nieuw orgel te bouwen.